Woo-stukken over koffie- en theecontract RCN tonen gesloten aanbestedingscultuur
In dit artikel:
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakte na een Woo-verzoek 24 documenten over de aanbesteding van de koffie- en theevoorziening bij de Rijksdienst Caribisch Nederland deels openbaar. De vrijgegeven stukken tonen een aanbestedingsproces dat strikt volgens de Aanbestedingswet is ingericht, met veel aandacht voor het vermijden van juridische risico’s.
Tegelijkertijd zijn vrijwel alle kerngegevens weggelakt: prijzen, gunningsscores, motiveringen en informatie over afgewezen inschrijvers ontbreken grotendeels. Daardoor biedt de openbaarmaking vooral inzicht in de procedurele kant van de aanbesteding, niet in de inhoudelijke keuzes of de financiële verhouding met mogelijke alternatieven.
Het ministerie rechtvaardigt de afscherming met het beschermen van commerciële belangen en het behoud van eerlijke mededinging; het belang van marktpartijen weegt daarmee zwaarder dan volledige publieke controle. Ook na afronding van de aanbesteding blijft veel informatie gesloten op basis van die argumenten.
De behandeling van het Woo-verzoek zelf verliep bovendien traag; BZK erkent meerdere overschrijdingen van de beslistermijn en heeft daarvoor excuses aangeboden. Dat versterkt het beeld dat Woo-verzoeken binnen het ministerie vooral vanuit risicobeheersing worden benaderd in plaats van als middel voor actieve openbaarheid.
Kort gezegd: de documenten bevestigen dat bij een ogenschijnlijk alledaagse overheidsopdracht publieke controle beperkt blijft. De Wet open overheid levert procedurele transparantie op, maar de cruciale inhoudelijke en financiële afwegingen blijven grotendeels buiten beeld.