Hotel Sorobon: Echec van een onvoltooide sympfonie
In dit artikel:
Het Sorobon-project op Bonaire begon als een prestigieus plan: een luxueus sterrenhotel ontworpen door de Spaans/Venezolaanse architect Manuel Rodriguez del Villar, met Venezolaanse investeerders en ambities om het eiland toeristisch op de kaart te zetten. Plannen uit het midden van de jaren zestig voorzagen in bouwstart eind 1967, maar al snel stuitte het initiatief op terugkerende financiële moeilijkheden en juridische tekortkomingen rond de erfpachtvoorwaarden. Daardoor moesten ontwerpen en rapporten herzien en werd om financiering en een haalbaarheidsstudie verzocht via de regering van de Nederlandse Antillen en Nederland.
Werkzaamheden begonnen sporadisch maar werden herhaaldelijk stilgelegd; het bouwterrein werd afgesloten voor publiek en pers. Rond het einde van 1969 was niet voldaan aan garantievoorwaarden en dreigden betrokken bedrijven failliet te gaan. De lokale autoriteiten reageerden door de erfpacht opnieuw uit te geven aan N.V. Host Enterprises of Bonaire, die het project kocht om daarmee leningen bij de Ontwikkelingsbank te kunnen aflossen. Host Enterprises hervatte de bouw echter niet, zonder publiek toegankelijke verklaring, wat verdere frustratie veroorzaakte.
Centraal in de impasse stond de verlenging van de landingsbaan: zowel regering als investeerders zagen die als cruciaal, maar hun voorwaarden vormden een dood punt. De overheid stelde geen uitbreiding van de baan toe zonder concreet hotelproject; investeerders wilden geen honderden kamers bouwen zonder gegarandeerde luchtverbindingen voor grote toestellen uit de VS en Canada. Deze wederzijdse blokkade remde de ontwikkeling en veroorzaakte stagnatie in het toerisme.
Uiteindelijk trok het bestuurscollege de Bonaire Palace Hotel Groep aan als nieuwe projectontwikkelaar, onder strikte voorwaarden: hoge garanties (opgeborgen gelden van 355.000 en later nog eens 100.000 dollar) en 28 door de centrale regering gestelde eisen. Bonaire Palace eiste bovendien de bouw van een casino als voorwaarde; ook nu werden de bouwactiviteiten grotendeels uitbesteed aan onderaannemers. Toch bleef de beloofde beslissing over de landingsbaan uit — ook na inspanningen van minister Miguel Pourier die in 1974 naar Brussel ging — en het hotel kwam niet af. Eind jaren zeventig stonden er alleen betonnen zuilen en vloeren die de ooit beloofde eetzaal en entree moesten vormen. Op een gegeven moment vertrok de Bonaire Palace Groep plotseling, achterlatend een raadselachtige en gevaarlijke puinhoop van ruïnes en bouwmateriaal.
Architect Rodriguez, die veel energie in het ontwerp had gestoken, kreeg deels de schuld van het mislukken en had moeite om daarna nog serieus aangenomen te worden; hij werd later toch betrokken bij een ander nooit voltooid project, het Esmeralda Beach Resort. In de jaren daarna verergerde het verval: zout water en zoutnevel tastten beton en wapening aan, waardoor instortingsgevaar ontstond en het populaire Sorobon-strand in ecologische en veiligheidsproblemen verzeilde. Buiten- en binnenlandse milieuorganisaties bekritiseerden het bestuur openlijk, maar de eilandbegroting kende structureel tekorten waardoor ingrijpen jaren op zich liet wachten.
Uiteindelijk nam minister Edith Strauss Marsera het initiatief om Nederland om steun te vragen voor verwijdering van de gevaarlijke betonskeletten. Minister Joris Voorhoeve ging akkoord met een bijdrage voor het demolitieproject, waarna gedeputeerde Robbie Beukenboom symbolisch de eerste brokken verwijderde. De sloopopdracht werd gegund aan de Caribbean Recycle Company, een joint venture waarbij Selibon voor 30 procent participeerde; Selibon-directeur Ben Oleana leidde het werk en zorgde ook voor recycling van het puin. Ondanks later politiek getouwtrek en een bestuurlijke rechtszaak die Oleana uiteindelijk won, kon de onveilige erfenis worden opgeruimd.
Het Sorobon-verhaal illustreert hoe hoge ambities kunnen stranden door een combinatie van financiële onzekerheid, gebrekkige bestuurlijke afspraken, infrastructurele afhankelijkheid (de landingsbaan) en omstreden investeringsvoorwaarden (zoals een casino). Wat begon als prestigeproject eindigde in jaren van verloedering, publieke kosten en uiteindelijk sloop — een waarschuwing over risico’s bij grootschalige toeristische ontwikkeling op kwetsbare eilanden.