De Flamingo luchthaven: Van houten keet tot economische katalysator

zondag, 11 januari 2026 (12:04) - Bonaire.nu

In dit artikel:

De Flamingo Airport (Bonaire International Airport) begon bescheiden: een houten afdakje als stationsgebouw op Subi Blanku, langs de weg tussen Kralendijk en Rincon. De aanleg van de eerste start- en landingsbaan startte op 23 september 1935, maar stuitte snel op problemen omdat het oostelijke deel van het terrein te laag lag en opgehoogd moest worden.

De KLM voerde de allereerste proefvlucht uit op 9 mei 1936 met de Fokker F.XVIII PJ‑AIO, aanvankelijk Ohoe genoemd maar later Oriol genoemd. Op basis van die vlucht ging de KLM op 31 mei 1936 over tot de eerste officiële passagiersvlucht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden Amerikaanse troepen de oorspronkelijke locatie ongeschikt; op aandringen van de Amerikaanse commandant werd in december 1943 begonnen met de bouw van een nieuwe baan en terminal op de huidige plek. Die nieuwe Flamingo Airport werd operationeel in 1945 en het toen gebouwde stationsgebouw bleef, met aanpassingen, tot midden 1976 in gebruik.

Debatten over verlenging van de baan speelden al vanaf 1963. Investeerders vroegen zich af of eerst meer hotelcapaciteit of eerst een langere startbaan nodig was. Uiteindelijk werd in 1975 EU‑gelijkwaardige financiering (destijds via de EEG) goedgekeurd: op 26 juni 1975 werd het project ‘Verlenging Landingsbaan Bonaire’ gehonoreerd, met een totaalbudget van ongeveer 7,5 miljoen Antilliaanse gulden. De geplande verlenging tot circa 1.750 meter moest de baan geschikt maken voor vliegtuigen als de McDonnell‑Douglas DC‑9, die belangrijk waren voor de uitvoering van reguliere verbindingen door de Antilliaanse Luchtvaart Maatschappij (ALM). Zonder verlenging kon een DC‑9 bijvoorbeeld niet veilig landen op een natte baan.

Voor de bouw van een moderner luchthavengebouw werd medio 1971 al geld gereserveerd; na aanbesteding in juli 1973 werd in 1974 met de bouw begonnen en de nieuwe terminal werd in 1976 in gebruik genomen. Die terminal betekende een grote verbetering: ruim van opzet en deels twee verdiepingen, maar in het begin lag veel capaciteit ongebruikt. De inrichting evolueerde stapsgewijs: aanvankelijk open restaurant en een aankomsthal zonder afscheiding, later een provisorische vertrekhal en uiteindelijk een glazen scheidingswand (later afgeplakt). Toen KLM in de jaren ’90 tussenlandingen op Bonaire wilde uitvoeren op routes Amsterdam–Quito/Lima, ontstond extra druk om transitruimtes te creëren; dat leidde tot tijdelijke oplossingen en uiteindelijk tot de bouw van een grotere vertrek‑/transithal.

De afgelopen decennia circuleerden plannen voor een compleet nieuwe terminal (o.a. een concept in de vorm van een zoutkristal), maar een definitief besluit bleef uit vanwege kosten en ontwerpdiscussies. In 2018 kwam er een tijdelijke uitbreiding: een vergrote vertrekhal, meer winkels en een halfopen patio. Toch blijven knelpunten bestaan, vooral bij aankomsten: er is nog maar één relatief kleine bagageband, waardoor meerdere gelijktijdige vluchten snel tot overbelasting leiden—met name op drukke dagen als zaterdag.

In 2019 stelde interimdirecteur Jos Hillen een masterplan op om de faciliteiten toekomstbestendig te maken. Buiten de korte dip door covid herstelde het passagiersverkeer snel en zit de luchthaven inmiddels weer boven de cijfers van 2019, een jaar dat toen al als recordjaar gold. In minder dan een eeuw groeide de bescheiden Subi Blanku‑keet uit tot een essentiële economische motor voor Bonaire: cruciaal voor toerisme, werkgelegenheid en de verbindingen met de rest van de wereld. De komende jaren staan in het teken van keuzes tussen behoud van lokale sfeer en het realiseren van moderne, veilige en capaciteitsrijke faciliteiten om de verwachte reizigersstroom aan te kunnen.